visietekst

Visietekst Kollectief Zonder Dwang

 

Het Kollectief Zonder Dwang verenigt actoren uit de jeugd- en volwassen mentale gezondheidszorg: clinici, ervaringsdeskundigen en academici die ijveren voor een humane en kwalitatieve geestelijke gezondheidszorg. Vanuit wetenschappelijk onderzoek en kritische reflectie richt het kollectief zich op de ethiek van de hulpverlening die we begrijpen als ‘zorg voor de band’. Eenzame isolatie en fixatie staan haaks op deze ethiek. Het Kollectief pleit dan ook in de eerste plaats voor een wettelijk verbod op eenzame isolatie en fixatie binnen de kinder- en jeugdpsychiatrie (-16j). Deze visietekst beschrijft wat nodig is om dit te verwezenlijken.

 

Waarom?

 

Dwangmaatregelen, in het bijzonder isolatie en fixatie, zijn vormen van geweld omdat ze betekenen dat de persoon die ze ondergaat zeggenschap verliest over wat hem ten zeerste aangaat. Daardoor wordt de patiënt eerder als object dan wel als subject beschouwd, namelijk als iemand met een eigen wil en verlangen tot wie men zich richt. Het herleid worden tot een object is vaak (heel) pijnlijk omdat dat niet enkel een vernederende dimensie heeft maar meestal ook een beangstigend effect. Niet zelden is het gebruik van dwangmaatregelen in die zin traumatisch. Dwangmaatregelen stellen ons voor fundamenteel ethische vragen. Zo kan men zich afvragen of hier niet sprake is van problematisch klinisch handelen aangezien de therapeutische band door dwangmaatregelen geschaad wordt. Onderzoek toont aan dat de therapeutische relatie een cruciale factor is in het al dan niet slagen van een (medicamenteuze) behandeling (e.g.: Bracken et al., 2012; Budd & Hughes, 2009; Horvath, Del Re, Flückiger & Symonds, 2011; Krupnick et al., 1996; Norcross & Wampold, 2011; Salomon & Hamilton, 2013; Zilcha-Mano, Roose, Barber & Rutherford, 2015). In het bijzonder isolatie, en het niet (afdoend) informeren van de patiënten en jongeren, die men behandelt, kan men in dit licht beschouwen als ‘onthouding van zorg’. Daarenboven ervaren niet enkel patiënten dwangmaatregelen als traumatisch, dit is ook vaak zo voor de familie, de medepatiënten en de hulpverleners.

 

Bescherming en dwang…een belangrijke nuance

 

Zorg moet geborgenheid en bescherming bieden. Maar dit recht op bescherming, bijvoorbeeld bescherming tegenover een (innerlijke) wereld die de persoon overspoelt, mag niet leiden tot eenzame opsluiting. Er is een belangrijke en te bewaken nuance tussen iemand beschermen en dwangmaatregelen.

 

 

Wat?

 

Het Kollectief Zonder Dwang ijvert voor een mentale gezondheidszorg in verschillende sectoren (jeugd, psychiatrie, orthopedagogie, ouderenzorg) waarbij een klinische ethiek - vrij omschreven als een aangehouden zorg voor de (therapeutische) band - het uitgangspunt is. In het bijzonder beogen we in eerste instantie een wettelijk verbod op isolatie en fixatie van kinderen en jongeren onder de leeftijd van 16. We houden een pleidooi voor:

  1. een klinische ethiek als de aangehouden zorg voor de band: Daar waar somatische zorg zich specifiek richt op de mens als lichaam (i.e. als object) zijn er vele vormen van zorg die niet in de eerste plaats een somatische prioriteit hebben (mentale zorg, orthopedagogie, residentiële opvang, e.d.m.) en waarvan het specifieke terrein de mens als subject is, i.e. de mens die doorheen zijn spreken of handelen een eigen wil manifesteert. We zijn van mening dat voor deze (mentale) zorg in de eerste plaats een specifieke ethiek nodig is, gekenmerkt door een ‘aangehouden zorg voor de band’. Het is de band die in de eerste plaats de effectiviteit van dit type hulpverlening verklaart (zie hierboven). Zorg voor de band begrijpen we als de kwaliteit die nodig is om contact te kunnen aangaan én in contact te kunnen blijven.

 

Deze ethiek van de hulpverlening als ‘zorg voor de band’ gaat steeds vooraf aan en is niet herleidbaar tot techniek of richtlijnen. Techniek en richtlijnen kennen hun werkzaamheid als intussen voldaan wordt aan de zorg voor de band. Het kollectief pleit voor een hulpverlening waar technieken en richtlijnen deel kunnen uitmaken van zorg maar waar zorg daartoe nooit te herleiden is.

 

 

  1. Het kollectief wil bijdragen tot oplossingen en hulpmiddelen die maken dat zowel patiënt als hulpverlener zich in de therapeutische band en in de instelling veilig voelen. Onder andere door het in kaart brengen van ‘goede praktijken’ voor een zorg met minder nood aan dwangmaatregelen. Met dit doel gaat onze aandacht naar o.m.:
  • vorming van en steun aan hulpverleners: klachten en symptomen (zoals bv. agressie) hebben een particuliere betekenis . Therapeutisch werken vergt een ruimte die het mogelijk maakt om psychische problemen (die aanleiding kunnen geven tot bijvoorbeeld agressie) te kunnen aanhoren. Zeker wanneer de emotionele ontreddering erg hoog is moet die ruimte mogelijk blijven en dienen we het contact met de band te bewaken. ‘Nabijheid’ en ‘er zijn’, iemand niet alleen laten tijdens een emotionele ontreddering is essentieel.

 

  • organisatie van en steun aan de instelling: Wat zijn de motieven voor dwangmaatregelen? Voorzieningen wensen veelal hun werknemers gerust te stellen en te ‘beschermen’. Om te komen tot een hulpverlening zonder dwang is het van groot belang de onmacht te erkennen waar hulpverleners vaak op botsen. De eigen kwetsbaarheid een plaats geven is bijvoorbeeld een noodzakelijke voorwaarde, en een krachtig signaal, om de zorg voor kwetsbare mensen kwalitatief te versterken.

 

  • Aandacht voor de impact van infrastructuur en architectuur: Er is nood aan een diepte-onderzoek naar humane zorgarchitectuur waarbij aandacht is voor de noodzakelijkheid van een veilig en aangenaam behandelklimaat waaronder oa seclusion areas of soft rooms als alternatief voor isolatie,… als belangrijke elementen om dwang en drang te verminderen.

 

  • Aandacht voor het wetgevende kader dat het complexe therapeutische werk mee ondersteunt en mogelijk maakt. Een eerste stap in deze juridische regelgeving kan het verbieden van isolaties bij -16-jarigen zijn. Dit is nu al enkele jaren zo in Noorwegen, waar duidelijk is dat de wet nieuwe praktijken mogelijk maakte. Maar ook moet de wetgeving rekening houden met het specifieke van therapeutisch werken en mag de juridische logica het klinisch handelen niet determineren.

 

  • Een kritisch debat over de nodige middelen om humane zorg mogelijk te maken.

 

Referenties:

Bracken, P., Thomas, P., Timimi, S., Asen, E., Behr, G., Beuster, C., et al. (2012). Psychiatry beyond the current paradigm. The British Journal of Psychiatry, 201(6), 430-434.

 

Budd, R., & Hughes, I. (2009). The dodo bird verdict – Controversial, inevitable and important: A commentary on 30 years of meta-analyses. Clinical Psychology and Psychotherapy, 16, 510-522.

 

Horvath, A.O., Del Re, A.C., Flückiger, C. & Symonds, D. (2011). Alliance in individual psychotherapy. Psychotherapy, 48(1), 9- 16.

 

Krupnick, J.L., Sotsky, S.M., Simmens, M., Moyer, J., Elkin, I., Watkins, J. & Pilkonis, P.A. (1996). The Role of the Therapeutic Alliance in Psychotherapy and Pharmacotherapy Outcome: Findings in the National Institute of Mental Health Treatment of Depression Collaborative Research Program. Journal of Consulting and Clinical Psychology, 64 (3), 532- 539.

 

Norcross, J.C. & Wampold, B.E. (2011). Evidence-based therapy relationships: research conclusions and clinical practices. Psychotherapy, 48(1), 98-102.

 

Salomon, C. & Hamilton, B. (2013). “All Roads Lead to Medication?” Qualitative Responses From an Australian First-Person Survey of Antipsychotic Discontinuation. Psychiatric Rehabilitation Journal, 36 (3) 160–165.

 

Zilcha-Mano, S., Roose, S.P., Barber, J.P. & Rutherford, B.R. (2015). Therapeutic Alliance in Antidepressant Treatment: Cause or Effect of Symptomatic Levels? Psychotherapy and Psychosomatics, 84, 177-182.

 

 

 

 

 

(c) Mario Debaene

© Copyright. All Rights Reserved.